PROMPT "string expression"; responseVar$


Description:
Het PROMPT statement opent een dialoogvakje, toont daarbij het bericht dat staat in 
"string expression", en wacht op de gebruiker om een reactie in de textbox te typen 
en op de ENTER toets te drukken, of op de O.K. knop 
of de knop annuleren in het dialoogvakje te drukken.  
De ingegeven informatie wordt geplaatst in responseVar$.  
Als op annuleer wordt gedrukt, dan wordt een string met een lengte nul aan responseVar$ gegeven.
Als responseVar$ aan een stringwaarde wordt gekoppeld alvorens de PROMPT werd uitgevoerd, 
dan zal die waarde het "default" of voorgestelde reactie worden die 
in de textbox van de PROMPT dialoog wordt getoond.  Dit betekent dat wanneer 
de dialoog wordt geopend, de inhoud van responseVar$ reeds als reactie voor de gebruiker 
ingegeven staat, die dan de optie heeft van overtypen over de "default" reactie, 
of "Enter" kan drukken en daarmee de default accepteren.


Opschrift voor het Prompt venster

"string expression"
Twee vormen zijn toegestaan.  Als "string expression" geen Enter karakter (ASCII 13) heeft,
dan is het opschrift in de titelbalk van het dialoogvakje leeg en is "string expression"  
het bericht dat binnen het dialoogvakje wordt getoond.  
Als "string expression" wel een Chr$ (13) heeft, dan wordt het deel van 
"string expression" vr het Chr$ (13) teken gebruikt als titel voor het dialoogvakje, 
en het deel van "string expression"  na  Chr$ (13) als bericht dat 
binnen het dialoogvakje wordt getoond.


Gebruik:

  response$ = "C:"
  prompt "Search on which Drive? A:, B:, or C:"; response$
[testResponse]
  if response$ = "" then [cancelSearch]
  if len(response$) = 2 and instr("A:B:C:", response$) > 0 then [search]
  response$="C:"
  prompt "Unacceptable response.  Please try again. A:, B:, or C:"; response$
  goto [testResponse]

[search]
  print "Starting search . . . "

Specificeer een Titel:

  response$ = "C:"
  prompt "Please Specify" + chr$(13) + "Search on which Drive? A:, B:, or C:"; response$

  .
  .