Boolean voorwaarden
De testen die in voorwaardelijke beslissingen zoals in IF/THEN , WHILE/WEND en CASE worden geplaatst,
resulteren in een Boolean waarde. Hier is een zo een test:
if x < 3 then [doSomething]
De code evalueert de voorwaarde (x < 3) en zal naar het label [doSomething]
aftakken als de voorwaarde WAAR (true) is. Als de waarde van x 1 is,
dan evalueert de voorwaarde naar WAAR en het programma takt af naar [doSomething].
Als de waarde van x 7 is, dan evalueert de voorwaarde naar VALS en het programma vertakt niet naar [doSomething].
Boolean operators
Boolean Operators
| = | a = b | a is gelijk aan b |
| < | a < b | a kleiner dan b |
| <= | a <= b | a is kleiner dan of gelijk aan b |
| > | a > b | a groter dan b |
| >= | a >= b | a groter dan of gelijk aan b |
| <> | a <> b | a ongelijk b |
Meervoudige Voorwaarden
Wanneer meerdere voorwaarden tegelijk geëvalueerd moeten worden,
dan moet elke voorwaarde apart tussen haakjes geplaatst worden,
zoals in de hieronder volgende voorbeelden.
AND - beide condities moeten aanwezig zijn opdat de test WAAR evalueert.
a = 2 : b = 5
If (a<4) and (b=5) then [doSomething]
In dit stukje code, moet aan twee voorwaarden voldaan zijn
(a moet kleiner zijn dan 4) AND (b moet gelijk zijn aan 5)
opdat het programma aftakt naar [doSomething].
Omdat beide condities waar zijn, gaat het programma verder naar label [doSomething]
a = 14 : b = 5
If (a<4) and (b=5) then [doSomething]
Dit voorbeeld evalueert nu echter naar VALS omdat
(a niet kleiner is dan 4), waardoor het programma niet verder gaat naar [doSomething]
OR - tenminste één van de condities moet voldoen opdat de test naar WAAR (true) evalueert.
a = 14 : b = 5
If (a<4) OR (b=5) then [doSomething]
In dit stukje code, moet minstens van één van de voorwaarden
(a moet minder dan 4 zijn) OF (B moet gelijk zijn aan 5) gelden dat die WAAR is
opdat het programma besluit af te takken naar [doSomething].
Aangezien in het voorbeeld geldt dat (B is gelijk aan 5) dit klopt,
zal het programma verder gaan naar [doSomething], omdat minstens één van de voorwaarden als WAAR geldt.
XOR - slechts één enkele voorwaarde moet gelden opdat uit het testen een WAAR geldt.
a = 14 : b = 5
If (a<4) XOR (b=5) then [doSomething]
In dit stukje code, moet slechts één van de voorwaarden
(a is minder dan 4) OF (B is aan 5) WAAR zijn
voor het programma om daarna te vertakken naar [doSomething].
In het voorbeeld, geldt slechts de tweede voorwaarde als waar, zodat zal het programma verdergaat naar [doSomething].
a = 2 : b = 5
If (a<4) XOR (b=5) then [doSomething]
In het tweede XOR - voorbeeld, evalueren beide voorwaarden tot waar,
zodat zal het programma NIET voort gaat naar [doSomething].
NOT
- keert de waarde om.
If NOT((a<4) AND (b=5)) then [doSomething]
In deze code, zullen zowel de voorwaarden (a moet niet kleiner zijn dan 4) EN (B moet aan 5 gelijk zijn) WAAR moeten zijn
opdat het programma zich te vertakt naar [doSomething].
hier een tekst listing:
[s]
b = 5
input a
If NOT((a<4) AND (b=5)) then [doSomething]
goto [s]
wait
[doSomething]
print "not ";NOT((a<4) AND (b=5))
print "a < 4 "; (a<4)
goto [s]
wait
BOOLEAN WAARHEIDSTABEL
| Input1 | Operator | Input2 | = resultaat |
| 0 | AND | 0 | =0 |
| 0 | AND | 1 | =0 |
| 1 | and | 0 | =0 |
| 1 | and | 1 | =1 |
| 0 | OR | 0 | =0 |
| 0 | OR | 1 | =1 |
| 1 | OR | 0 | =1 |
| 1 | OR | 1 | =1 |
| 0 | XOR | 0 | =0 |
| 0 | XOR | 1 | =1 |
| 1 | XOR | 0 | =1 |
| 1 | XOR | 1 | =0 |
See also: Bitwise Operations