BOOLEAN

Wat zijn Boolean evaluaties?
Een boolean waarde is of waar (true) of vals (false). Wanneer een boolean waarde wordt gebruikt als type in CallDLL,
dan evalueert boolean die type variabele in (0 = vals), (nonzero = waar).
Een ware waarde (true) kan elk getal zijn zolang het geen nul is, maar meestal wordt daar "1" of " - 1 " voor genomen.

Boolean voorwaarden
De testen die in voorwaardelijke beslissingen zoals in IF/THEN , WHILE/WEND en CASE worden geplaatst,
resulteren in een Boolean waarde. Hier is een zo een test:

if x < 3 then [doSomething]

De code evalueert de voorwaarde (x < 3) en zal naar het label [doSomething]
aftakken als de voorwaarde WAAR (true) is. Als de waarde van x 1 is,
dan evalueert de voorwaarde naar WAAR en het programma takt af naar [doSomething].
Als de waarde van x 7 is, dan evalueert de voorwaarde naar VALS en het programma vertakt niet naar [doSomething].

Boolean operators

Boolean Operators
= a = b a is gelijk aan b
< a < b a kleiner dan b
<= a <= b a is kleiner dan of gelijk aan b

> a > b a groter dan b
>= a >= b a groter dan of gelijk aan b
<> a <> b a ongelijk b

Meervoudige Voorwaarden
Wanneer meerdere voorwaarden tegelijk geëvalueerd moeten worden,
dan moet elke voorwaarde apart tussen haakjes geplaatst worden,
zoals in de hieronder volgende voorbeelden.

AND - beide condities moeten aanwezig zijn opdat de test WAAR evalueert.

a = 2 : b = 5
If (a<4) and (b=5) then [doSomething]

In dit stukje code, moet aan twee voorwaarden voldaan zijn
(a moet kleiner zijn dan 4) AND (b moet gelijk zijn aan 5)
opdat het programma aftakt naar [doSomething].
Omdat beide condities waar zijn, gaat het programma verder naar label [doSomething]

a = 14 : b = 5
If (a<4) and (b=5) then [doSomething]

Dit voorbeeld evalueert nu echter naar VALS omdat
(a niet kleiner is dan 4), waardoor het programma niet verder gaat naar [doSomething]

OR - tenminste één van de condities moet voldoen opdat de test naar WAAR (true) evalueert.

a = 14 : b = 5
If (a<4) OR (b=5) then [doSomething]

In dit stukje code, moet minstens van één van de voorwaarden
(a moet minder dan 4 zijn) OF (B moet gelijk zijn aan 5) gelden dat die WAAR is
opdat het programma besluit af te takken naar [doSomething].
Aangezien in het voorbeeld geldt dat (B is gelijk aan 5) dit klopt,
zal het programma verder gaan naar [doSomething], omdat minstens één van de voorwaarden als WAAR geldt.

XOR - slechts één enkele voorwaarde moet gelden opdat uit het testen een WAAR geldt.

a = 14 : b = 5
If (a<4) XOR (b=5) then [doSomething]

In dit stukje code, moet slechts één van de voorwaarden
(a is minder dan 4) OF (B is aan 5) WAAR zijn
voor het programma om daarna te vertakken naar [doSomething].
In het voorbeeld, geldt slechts de tweede voorwaarde als waar, zodat zal het programma verdergaat naar [doSomething].

a = 2 : b = 5
If (a<4) XOR (b=5) then [doSomething]

In het tweede XOR - voorbeeld, evalueren beide voorwaarden tot waar,
zodat zal het programma NIET voort gaat naar [doSomething].

NOT
- keert de waarde om.

If NOT((a<4) AND (b=5)) then [doSomething]

In deze code, zullen zowel de voorwaarden (a moet niet kleiner zijn dan 4) EN (B moet aan 5 gelijk zijn) WAAR moeten zijn
opdat het programma zich te vertakt naar [doSomething].

hier een tekst listing:

[s]
b = 5
input a

If NOT((a<4) AND (b=5)) then [doSomething]
goto [s]
wait

[doSomething]
print "not ";NOT((a<4) AND (b=5))
print "a < 4 "; (a<4)

goto [s]
wait

BOOLEAN WAARHEIDSTABEL

Input1 Operator Input2 = resultaat

0 AND 0 =0
0 AND 1 =0
1 and 0 =0
1 and 1 =1

0 OR 0 =0
0 OR 1 =1
1 OR 0 =1
1 OR 1 =1

0 XOR 0 =0
0 XOR 1 =1
1 XOR 0 =1
1 XOR 1 =0

See also: Bitwise Operations